De ware vrijheid

Johan de Witt (1625-1672) en zijn broer Cornelis (1623-1672) zijn van grote betekenis geweest voor de Nederlandse Republiek. Bijna twintig jaar lang stond Johan aan het roer van de Republiek. Zijn broer Cornelis zette met de spectaculaire overwinning op de Engelsen een van de meest gedurfde maritieme operaties uit de vaderlandse geschiedenis op zijn naam.

De broers hadden het gevoel in een bijzondere tijd te leven. Johan en Cornelis werden de belichaming van een land dat werd bestuurd door burgers en dat zich volledig toelegde op het voeren van handel en het vergaren van welvaart. Samen groeiden zij uit tot de leidsmannen van de ‘Ware Vrijheid’: een staat die vrij moest zijn van de grillen van de prinsen van Oranje.

Op basis van deels nog nooit gebruikt bronnenmateriaal schetst Luc Panhuysen het leven en werk van Johan en Cornelis de Witt. De Ware Vrijheid is het aangrijpende verhaal over twee bevlogen staatslieden uit het hoogtepunt van de Gouden Eeuw.

(Blz 43:) “De broers waren jongemannen geworden, magere gestalten met donker, sluik haar tot op de schouders. Wat opviel aan hun lange gezichten was hun neus, vooral die van Johan vertoonde gelijkenis met de snavel van een roofvogel. Boven deze neuzen keken twee paar ogen – die van Cornelis lichtbruin, die van Johan donkerbruin – scherp de wereld in. Uit hun blik sprak al de kalmte die ze hadden meegenomen van de Latijnse school, nu hadden zich hier behoedzaamheid en nieuwsgierigheid bij gevoegd. Leiden was de eerste plaats buiten hun vaderstad waar zij langdurig zouden verblijven. Het was lawaaieriger, verleidelijker: heel anders dan het vertrouwde Dordrecht.”

(343:) “De Tocht naar Chatham was ook een gebeurtenis in de relatie tussen de broers. De Tocht had Cornelis aan Johan gelijkwaardig gemaakt. Ze werden erkend als twee-eenheid: Twee broeders in naam, twee broeders in daad/ twee bliksems van God Mars, twee Catoos in de raad. (…) In dezelfde periode schilderde Jan de Baen Cornelis opnieuw. ditmaal stemde hij zijn doek af op het schilderij dat hij twee jaar eerder van Johan had gemaakt. Daarop stond Johan, in het zwart gekleed, met de Statenzaal op de achtergrond. Het toonde hem als de dienaar van Staat par excellence. De Baen schilderde Cornelis op dezelfde grootte en als complementair in functie. Cornelis heeft een oogverlindend kostuum aan en houd een commandostaf in zijn hand. Naast de zachtaardige blik van Johan, diens hand in een trouwhartig gebaar op de borst, wekt Cornelis een indruk van vastberadenheid en daadkracht. Op de achtergrond brandt de Engelse vloot.”

bestel hier

Advertenties