De beloofde stad

In het voorjaar van 1534 maakte een Nederlandse sekte zich meester van de Westfaalse stad Munster. De aanhangers werden ‘wederdopers’ genoemd en door katholieken en protestanten als ketters vervolgd. Munster, ‘het Nieuwe Jeruzalem’, was aan hen gegeven omdat Christus hier uit de hemel zou neerdalen en het laatste oordeel zou vellen. Maar de stad, gezegend met sterke muren, was ook een bisschopszetel. Na de inname door de wederdopers was de bisschop gedwongen tot een beleg. Terwijl ze verschillende aanvallen afsloegen, voerden ze de ene ongehoorde maatregel na de andere door: geld en bezit werden afgeschaft, de ‘veelwijverij’ werd doorgevoerd, de kleermaker Jan van Leiden werd tot koning gekroond en de profetie van de beloofde stad vond zijn weg naar de Nederlanden. Voor geestverwanten in de Nederland en Duitsland waren de dopers in Munster een bron van hoop, voor vorsten vormden ze een boosaardig gezwel dat opstand verspreidde. De beloofde stad gaat over de strijd tussen geloof en macht, en de wrijving tussen verbeelding en werkelijkheid, waarin passie en doodsangst, bruut geweld en vindingrijkheid elkaar afwisselen.

(Blz 201:) “Het vuur dat profeet Jan Beukelsz bij inwoners had weten aan te wakkeren, was merkbaar in de strijd tegen de belegeraars. De wederdopers lieten een strooien pop, behangen met aflaatbrieven en pauselijke  bullen, op een oud paard de poort uit galopperen, waarna de landsknechten de achtervolging inzetten en zo’n grote toeloop veroorzaakten dat zij een onmogelijk te missen doelwit vormden. Vanaf de torens en muren spuwden de kanonnen en knetterden de haakbussen. Ondanks het grote aantal slachtoffers onder de soldaten werd een week later een onbemande wagen met tweespan weer net zo enthousiast nagezeten. Toen de landsknechten het grote vat op de wagen stuksloegen, liep het leeg met mensenstront.”

(258:) “Rond Munster hadden beide partijen obstakels uit de weg geruimd, zodat niemand ongezien kon naderen. Bomen waren omgehakt, schuttingen neergehaald, woningen en schuren waren met de grond gelijk gemaakt omdat ze hinderlagen konden bevatten. Zodoende was tussen de stadsmuren en de blokhuizen een strook grasland ontstaan die uitsluitend uitzicht bood op de vijand. De breedte was groot genoeg om veilig te zijn voor elkaars projectielen en als het niet te hard waaide, konden ze elkaar horen zonder elkaar te verstaan.”

bestel hier