Bio

Wie: Luc Panhuysen

Wanneer: 29-3-1962

Waar: Amstelveen

Wat:

Jean-Jacques Rousseau (Mini-biografie, Mets, 1991)

Lord Byron (Mini-biografie, Mets, 1992)

De beloofde stad. Opkomst en ondergang van het koninkrijk der wederdopers (Atlas, 2000)

Jantje van Leiden (Verloren, 2002)

De Ware Vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt (Atlas, 2005)

Rampjaar 1672. Hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte (Atlas, 2009)

Een Nederlander in de Wildernis. De ontdekkingsreizen van Robert Jacob Gordon (1743-1795) in Zuid-Afrika (Rijksmuseum, Nieuw Amsterdam, 2010)

De Gouden Eeuw in 17 portretten en momenten (Historisch Nieuwsblad, 2013)

Oranje tegen de Zonnekoning. De strijd van Willem III en Lodewijk XIV om Europa (Atlascontact, 2016)

Waarom
Ja, waarom gaat iemand boeken maken? Bij mij is die vraag het makkelijkst te beantwoorden door terug te gaan naar het begin. Als klein jochie was ik al bezig met het fabriceren van boeken. De boeken die ik nodig had, die ik miste. Na een aantal nooit voltooide stripboeken volgde mijn eerste werk: Van alles boekje. Op achtjarige leeftijd aan begonnen, vier jaar later vond ik het welletjes. Het was bedoeld als een travel-survivalkit voor de moeilijke jaren die voor mij lagen. Met het formaat van een speelkaart was het boekje draagbaar, en dus op ieder kruispunt op het levenspad raadpleegbaar. Wel was het in de loop der jaren onhandig dik geworden.


Van alles boekje (1974)

Dat het zo lang duurde voordat het boekje er was, kwam omdat er nog geen wikipedia bestond en wij thuis geen encyclopedie hadden. Ik was afhankelijk van vrienden met een 24-delige Winkler Prins of Oosthoek in vaders boekenkast. Het resultaat is een schilferig kleinood van vijf verschillende bloknootjes, nietjes, lijm en heel veel plakband. De titel neemt zichzelf serieus: behalve pannenkoekrecepten een overzicht van de nationale vlaggen van Europa, een snelheidstabel van dieren (“vlieg: 6 km/uur”), stambomen van de belangrijkste Egyptische, Griekse en Noorse goden naast tabellen van de verschillende letters van verdwenen en nog levende talen (Cyrillisch, Grieks en onder andere spijkerschrift).


Handboek voor Kampeerders (1974)

Mijn volgende boek kwam hetzelfde jaar uit, 1974: Handboek voor kampeerders. Van grote invloed hierop was het Handboek voor jongens dat ik via de Donald Duck had besteld. Datzelfde handboek werd, zo beweerde het blad, in al mijn favoriete verhalen door de woudlopers Kwik, Kwek en Kwak geraadpleegd. Wanneer zij een bulderende waterval moesten passeren of achterna werden gezeten door een beer: even bladeren en ja hoor, het handboek bood uitkomst. Dit was de travel-survivalkit die ik miste. Het vervulde me met jaloerse schrijfdrift. De kaft van mijn handboek is naar het voorbeeld uit de strip. De inhoud is meer dan in mijn vorige boek gericht op het overleven in de hachelijke natuur. Al schrijvend deed ik dingen waarover ik niet peinsde ze om te zetten in werkelijkheid. Samen met mijn lezers stook ik houtvuurtjes, bak en braad ik lappen berenvlees en gevogelte, deel ik nuttige info over de eetbaarheid en voedzaamheid van insecten.


Over Zhorr en haar bewoners (1976)

Mijn enige fictie-boek is tevens  mijn dunste boek. Ik schreef en tekende het rond mijn veertiende. Ik was zo ongeduldig dat ik direct begon met het tekenen en inkleuren van de kaft. Het is ingericht als een atlas. Zhorr en haar bewoners behandelt de continenten op de gelijknamige planeet en belicht aardrijkskundige, etnologische en – natuurlijk – militaire bijzonderheden.
Het was midden jaren- ’70, het tijdperk waarin ‘Startrek’ een hele generatie jongetjes aan zich onderwierp. In mijn boek stopte ik alles wat ik mooi vond van de serie. Tegelijk probeerde ik af te rekenen met wat mij iedere uitzending opnieuw teleurstelde: de lullige wezens en het gebrek aan actie. Zhorr moest de planeet worden waar ik 24 uur per dag naar wilde kijken. Aan het kaartwerk is te zien dat ik de boeken van Tolkien heb bestudeerd. Voor wat betreft de wezens deed ik mijn voordeel met de cyclus van Jack Vance over de Waanzinnige Planeet Tschai.
De onbekende schrijver van Zhorr heeft zijn boek gebaseerd op basis van brieven uit een soort kosmische fles: er viel een geblakerd raketdeel in zijn achtertuin. In de inleiding zegt hij gewetensvol met de informatie te zijn omgesprongen, al was hij gedwongen fors te selecteren. De verschillende rassen op Zhorr passeren de revue, op ieder continent bevindt zich genoeg conflictstof voor een propvol hoofdstuk. De held is Dandir, de schurk Narv. Het laatste hoofstuk heet: ‘De grote veldslag’. De laatste zin luidt: ‘Zijn expansiezucht heeft Narv de das om gedaan’. Alsof ik aanvoelde dat ik me ooit zou gaan bezighouden met Lodewijk XIV.

Waarom ik schrijver ben geworden? Ik denk om mezelf naar andere oorden te scheppen.

Advertenties